Vijvers en vijverplanten

Wanneer u besluit om waterplanten op te nemen in uw vijver, moet u met een aantal belangrijke dingen rekening houden. In dit artikel wordt beschreven wat voor verschillende behandelingen verschillende soorten waterplanten nodig hebben en wat voor methodes en trucs er zijn om waterplanten te planten. April is de beste plantmaand omdat de planten dan de kans krijgen zich op hun nieuwe plek vanaf het begin te ontwikkelen. U kunt planten tot laat in de zomer, maar zulke planten moeten voor het planten teruggesnoeid worden en zullen pas het jaar erop tot volledige ontwikkeling komen.

Plantklaar maken

Waterlelies
Als waterlelies rechtstreeks van de kwekerij komen, ontvangt u niets meer dan kale wortels, maar er zijn ook in pot gekweekte exemplaren verkrijgbaar. Zulke planten moeten worden overgezet in plantmandjes nadat u ze een voorbehandeling heeft gegeven. Haal de plant voorzichtig uit zijn pot, met kluit en al, en plant hem opnieuw in zonder het wortelgestel te verstoren. Als de wortels de kluit niet goed doorgroeid hebben, haal dan de grond wel weg en behandel zo’n plant alsof het een kale wortel was. De meeste waterlelies hebben een omhooggebogen, dikke wortelstok met een brede kraag van kleinere worteltjes rond de top. Sterke scheuten en bladeren groeien uit die top. Een kleine groep waterlelies, ontstaan uit Nymphae tuberosa en N. ‘Odorata’, hebben cilindrische, horizontaal kruipende wortels met krachtige scheuten aan de uiteinden. Vroeg in het plantseizoen hebben waterlelies alleen wat ondergedoken bladeren, maar als de tijd vordert volgen er drijvende bladeren en wat bloemen. Bij zulke al verder ontwikkelde planten moet u het drijvende blad en de bloemen verwijderen voordat u ze plant; laat u het zitten dan sterft het zeer waarschijnlijk toch af, zeker als de plant in een plastic zak is vervoerd. Zonder drijvende bladeren kan een waterlelie zich gemakkelijker aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en nieuwe stengels en bladeren ontwikkelen die op waterdiepte zijn afgestemd. Snij met een scherp mes het oude deel van de wortelstok – onder de kleine zijworteltjes – af. Haal ook alle oppervlaktebladeren en bloemen weg, maar laat de ondergedoken bladeren zitten. Kort de kraag van kleine zijworteltjes in tot 2 a 3 cm. van de wortelstok en verwijder eventuele slechte (rotte) stukken van de wortelstok. Haal de wortelstok even door van houtskoolpoeder of zwavelbloem om schimmel te voorkomen en plant hem in de mand.

Oeverplanten
Oeverplanten hebben minder plantvoorbereiding nodig. Snij de wortels tot op 2 a 3 cm. terug en – als dat nodig lijkt – kort u ook de stengels in (tot op eenderde van de uiteindelijke groeihoogte). Dat is alleen nodig als u pas in de tweede helft van de zomer plant en met volwassen planten te maken heeft. Zorg dat de aangesneden stengels boven water blijven. De vaak holle stelen gaan anders snel rotten.

Planten met drijvend blad
Deze planten zullen hetzelfde behandeld worden als oeverplanten. Met uitzondering van de Nuphar, deze krijgt dezelfde behandeling als waterlelies.

Moerasplanten
Moerasplanten hebben bijna geen voorafgaande behandeling nodig. Als u na midden juli plant, kunt u de snelgroeiende polvormende planten tot op eenderde van hun hoogte terugsnoeien en uitgebloeide bloemen verwijderen.

Onderwaterplanten
Zowel geboste zuurstofplanten als exemplaren met een wortelkluit hebben geen speciale behandeling voor het planten nodig.

Drijvende waterplanten
Verdeel grote samenhangende hoeveelheden planten eventueel in kleinere eenheden voordat u ze in de vijver zet.

Het planten

Waterlelies en andere planten met drijvend blad
Deze worden op dezelfde manier geplant. Planten met kale wortels en in pot gekweekte planten, dus met wortelkluit worden echter verschillend behandeld.

Kale wortels
Vul het mandje tot 2 a 3 cm. onder de rand met vijvergrond. Druk het oppervlak aan en knip het teveel aan gaasdoek weg. Goed natmaken met behulp van een gieter. Met een plantschopje of met de hand maakt u een kuiltje in de grond dat goot genoeg is om de wortels te bevatten. Zet de plant in het gat en bedek de wortels met grond. Druk de grond rondom de wortels aan en maak alles opnieuw nat voordat u het oppervlak afstrooit met 1 cm. fijn grind.

In pot gekweekte planten
Vul de mand tot de helft met vijveraarde, maak dit goed nat – gebruik een gieter met fijne broes – en zet de plant erop zonder de wortelkluit te beschadigen. Vul de mand verder op tot 2 cm. onder de rand en druk het aan. Weer goed nat maken en met 1 cm. fijn grind afstrooien.

Oeverplanten
Volg de aanwijzingen voor waterlelies en planten met drijvend blad.

Moerasplanten
Moerasplanten worden meestal in zwarte plastic potjes of zakjes verkocht. Behandel ze op dezelfde manier als gewone vaste planten.
Maak de kluit goed nat als hij nog in de pot zit. Haal dan het potje weg, zonder de kluit te beschadigen. Met de hand of een schopje maakt u een plantgaatje dat even diep maar iets groter is dan het potje. Zet de plant in het gat, houd stengels en blad vrij van grond, anders zal het in het moeras snel gaan rotten. Breng grond rond de wortels aan, licht aandrukken en flink water geven (met een gieter met fijne broes).

Onderwaterplanten
Als u bosjes met een steen of lood verzwaarde onderwaterplanten heeft, druk die dan in een mand die met grond of grind gevuld is. Zorg dat het lood of de steen volledig bedekt is. Blootliggend lood veroorzaakt rot en de stelen van de onderwaterplanten zullen loskomen, gaan drijven en wegrotten.

Drijvende planten
Laat drijvende planten op het wateroppervlak drijven.

De mandjes in het water zetten

Iedere plant moet op de juiste diepte gezet worden, zo nodig op een stapeltje stenen. Kies steeds zorgvuldig een goede plek; eenmaal neergezet moeten de planten niet nog eens verzet worden, dat verstoort een goede groei. Laat het mandje langzaam in het water zakken. Als het water diep is, kunt u het mandje aan twee kanten op stukken sterk draad leggen of deze door de zijkanten halen, aan de draden optillen en vervolgens laten vieren tot het op de bodem van de vijver staat. Staat het mandje eenmaal goed, dan kunt u de draden wegtrekken. Als u het midden van de vijver niet vanaf de kant kunt bereiken, moet u een stevige plank dwars over de vijver leggen en daar voorzichtig op kruipen om de mand in het water te zetten. Om mandjes in grote vijvers te zetten, heeft u de hulp van een tweede persoon nodig. Neem twee stukken draad ter lengte van de langste kant van de vijver plus de diepte. Haal deze door de zijkanten van het mandje heen, een aan iedere kant. Breng het mandje vanaf twee kanten van de vijver boven het water en laat het langzaam zakken; staat het op de bodem, trek dan de draden eruit.

Mandjes uit het water halen
Uit ondiepe vijvers tilt u de mandjes gewoon uit het water. Maar als het water diep is, kan het noodzakelijk zijn om de vijver in te lopen om de mandjes te kunnen pakken. Doe dat zo min mogelijk, omdat er altijd schade aan de vijveromgeving ontstaat. Als u lieslaarzen draagt, moeten die eigenlijk wel tot uw borst reiken, want zelf in water dat maar 90 cm. diep is kunnen gewone lieslaarzen vollopen als u zich voorover buigt.

Kleine vijvers en troggen

Als de vijver, vak of trog te klein is om er plantmandjes in te zetten, moet u direct in de vijveraanrde op de bodem planten. Dit hoort weinig problemen te geven omdat planten geschikt zijn voor kleine watertjes ook weinig groeien en elkaar niet gauw in de weg zitten. Mocht dat toch gebeuren, dan zijn ze gemakkelijk uit elkaar te halen. Breng een 10-15 cm. dikke laag vijveraarde op de bodem aan en maak die door en door nat. Het water moet net niet boven de bodemlaag uitkomen; in deze fase te veel water geven veroorzaakt later modderwater als er verder wordt aangevuld. Maak de planten plantklaar en duw ze stevig in de grond. Bedek de bodem dan met een 1 cm. dikke laag fijn grind en vul de vijver of bak met water. Dit moet heel voorzichtig gebeuren om geen grind of grond op te wervelen. Leg daarom een plastic zak op de bodem. De zak moet groot genoeg zijn om de bodem helemaal te bedekken. Leg daar het eind van de tuinslang op en draai de kraan half open. Het water zal langzaam over de zak en eraf stromen; naarmate het water stijgt, zullen ook zak en slang meestijgen. Haal de zak weg als deze bijna bovenaan is en vul verder bij.

Vijvers met grond op de bodem

Het is heel goed mogelijk om plantmandjes in een natuur- of kleivijver te zetten, maar direct in de grond planten geeft in zulke vijvers een meer natuurlijke aanblik.

Waterlelies en andere planten met drijvend blad
Meng een flinke hoeveelheid vijveraarde met genoeg water tot het een stijve brij is. Breng dat (10 cm. dik) rond de wortels van de plant aan. Neem een vierkant stuk jute, groot genoeg om de kluit te bevatten, zet de kluit er in het midden op, vouw de lap eromheen en bind deze losjes met een touwtje dicht. Zet het geheel op de gewenste plek in het water. De plant zal naar de bodem zinken. De wortels groeien door het jute heen de grond in.

Oeverplanten
In ondiep water kunt u oeverplanten direct in de vijvergrond zetten. Ze zullen niet gauw gaan woekeren, want de steile helling naast de plantrand beperkt hun groei. Met een schopje of met de hand maakt u plantgaten die groot genoeg zijn om de planten in te zetten. Plant in het gaatje, aandrukken en eventueel grond bijvullen. Bedek de grond na het planten met een 1 cm. dikke laag fijn grind.

Gebundelde onderwaterplanten
Deze zijn gemakkelijk in vijverbodems te zetten. Zet ze gewoon in het water. De gewichten in de bundels zorgen dat naar de bodem zakken, waar ze al snel zullen wortelen.

Drijvende planten
Leg deze planten gewoon op het wateroppervlak.

Comments are closed.